|
Arbiters





Bij Ad Hoc arbitrage worden de arbiters gekozen in onderling overleg. Als partijen reeds ruzie maken is dit uiteraard niet altijd eenvoudig.
Een andere mogelijkheid bestaat erin dat elke partij zijn arbiter aanduidt en dat deze dan gezamemijk een derde zoeken. In dat geval zal de derde arbiter eigenlijk een doorslaggevende rol hebben en de twee partij-arbiters die derde arbiter moeten overtuigen dat de partij die hen aanstelde gelijk heeft. Men heeft dan de kost van drie arbiters om uiteidelijk maar één te hebben die de zaak feitelijk zal beslechten.
Daarom wordt regelmatig beroep gedaan op een neutrale instelling om de arbiter(s) aan te stellen zoals in de zuivere institutionele arbitrage.
Het Instituut voor Arbitrage wordt dan dikwijls geraadpleegd om :
- een arbiter aan te duiden in een Ad Hoc arbitrage
- de hele procedure te beheren al dan niet volgens de Standard Dispute Rules
- logistieke begeleiding te bieden aan tuchtorganen of arbitragecommissies en hun arbiters
Een arbiter moet neutraal, onafhankelijk en onpartijdig zijn. Daarom tekent hij/zij een onafhankelijkheidacte waarin hij/zij verklaart geen banden te hebben met één der partijen, geen lid te zijn van en er geen enkele band van ondergeschiktheid bestaat met het Instituut voor Arbitrage.
De opdracht van de arbiter
De arbiter wordt belast met het zoeken van een oplossing of het beslechten van het geschil dat ontstaan is tussen partijen. Hij mag een technische deskundige aanstellen voor materies die hij onvoldoende beheerst.
Hij mag niet tussenkomen in zaken die bij wet niet door arbitrage mogen beslecht worden.
Hij moet de arbitrageprocedure respecteren en een vonnis vellen binnen de voorziene termijn.
Zijn kwaliteiten
Een arbiter wordt gekozen voor zijn kunde om debatten te leiden en zijn vakkennis. Naargelang de aard van een geschil zal zijn talenkennis en (internationale) juridische opleiding noodzakelijk zijn.
De griffie is waakt dat de arbiter de nodige kwaliteiten bezit om het geschil op deskundige wijze op te lossen of te beslechten.
Naast zijn vakkennis moet hij ook voldoende juridische ervaring hebben in arbitrageprocedures.
Zijn opleiding
De theoretische vorming
Elke kandidaat arbiter moet een theoretische opleiding volgen van drie dagen bij het Instituut voor Arbitrage of een ander organisme dat door haar werd geaccrediteerd.
De cursus behandelt de deontologie, de principes van arbitrage, de nationale wetten en internationale conventies inzake arbitrage, de missie van de arbiter, de standaard en ad hoc procedure, het beheer van de debatten, het opstellen van vonnissen.
Het examen en de stage
De kandidaat moet slagen in een theoretische proef en indien nodig een stage volgen in de schoot van een arbitraal college.
De permanente vorming
Het Instituut voor Arbitrage controleert dat de arbiters gedurende 5 jaar een permanente vorming volgen van minsten 2 dagen per jaar.
Zijn benoeming
De arbiter wordt benoemd door de griffie van de arbitragecommissie (institutionele arbitrage).
Zijn benoeming loopt gelijk met de instroom aan dossiers. Met die flexibiliteit hinderen dossiers elkaar niet door overbelasting.
Hebben de partijen nagelaten om zijn wijze van aanstelling te voorzien dan kan hij uitzonderlijk door een publieke rechtbank aangeduid worden of door de partijen zelf (ad hoc arbitrage).
Zijn vergoeding
In een ‘Ad Hoc’ arbitrage zal de arbiter zelf zijn honoraria bepalen. Dit kan soms leiden tot misbruik en bijdragen tot een verkeerd beeld van arbitrage.
Bij institutionele arbitrage is de arbiter een vrijwillige of heeft de SDR tarieven formeel aanvaard.
|