mini-gids



C O M M I S S I E
BOUW



Geschillen inzake bouw of verbouwingen verschillen fundamenteel van deze uit andere sectoren:

  • Men heeft dikwijls te maken met drie partijen: de bouwheer, de architect en de aannemer.
  • Meer dan in andere sectoren zien we een doorgedreven gebruik van onderaannemers die op hun beurt ook onderaannemers hebben, enz.
  • Het voorwerp is uiterst geschikt om steeds technische gebreken (uit) te vinden. Er zijn dus duidelijk technische en ook fictief technische geschillen.
  • Het onderscheid tussen middelen- en resultaatverbintenis.

    De aannemingscontracten voor de staat zijn steeds volgens een resultaatverbintenis. Een bouw wordt dan slecht goedgekeurd indien de aannemer aantoont dat het resultaat conform de bestelling is.

    Bij een middelenverbintenis is de aannemer slechts gehouden te bewijzen dat hij alles in het werk heeft gesteld om het resultaat te kunnen bereiken.
  • De tienjarige aansprakelijkheid.

    De tienjarige aansprakelijkheid is kenmerkend voor de bouw. Dit betekent ook dat gedurende 10 jaar de kans voor geschillen blijft bestaan. Een aannemingscontract is dus pas volledig uitgedoofd na die periode.

Om verrassingen te vermijden wordt dikwijls in de aannemingscontracten naast de arbitrageclausule volgende tekst toegevoegd:

De partijen verbinden zich ertoe dezelfde arbitrageclausule zoals bepaald in huidige overeenkomst aan te gaan met al hun leveranciers en/of onderaannemers. Elk verzuim aan deze verplichting geeft aan de benadeelde partij recht op schadevergoeding.

Ook complexe dossiers kunnen in arbitrage.
Voorbeeld:
Interconstruct Ltd. te Antwerpen (Belgische filiaal van een Londense onderneming) bouwt voor hun Duitse klant een commercieel complex in Nederland met een Maltese bankwaarborg. Het contract werd in het Frans opgesteld. Plotseling zijn de betalingen gestopt.
Het voordeel is dat in arbitrage de complexiteit voortvloeit uit het dossier zelf en niet uit de procedure. Daarom kunnen dergelijke zaken ook vlot beslecht worden.

Statistieken: